Verder naar bericht

Een zilveren draad

Als er al een zilveren draad door de zware quarantaine tijd heen liep was het de tijd die ik wandelend doorbracht. Meestal samen met meneer N., soms alleen. Struinend langs rivieren en door de Limburgse heuvels.

If there was a silver thread in the heavy quarantine time, it was the time I spent walking. Usually together with Mr. N., sometimes alone. Strolling along rivers and through the Limburg (South of the Netherlands) hills.

For more English please scroll down

Ik heb in mijn leven redelijk wat gewandeld: lange-afstandspaden, dagwandelingen, wandelevenementen en korte wandelingen. De meesten daarvan deed ik in het buitenland. Ik ben van de west- naar de oostkust van Schotland gewandeld, liep Offa’s Dykepath op de grens van Wales, voltooide the Yordale Way in Yorkshire, stond op de Prekestolen in Noorwegen en heb de afgelopen jaren menige tocht langs een fjord omhoog of over een fjell gemaakt.
Alleen voor een tocht in Nederland kwamen mijn wandelschoenen zelden uit de kast.

Hoewel ik hier ben opgegroeid was het Limburgs heuvelland, tot voor kort, redelijk onbekend gebied voor mij. Niet dat ik er nooit was geweest. In mijn kindertijd haalden we ‘s zondags mijn opa en oma op en reden dan de Mergelland route. Mijn opa in de bijrijdersstoel van ons oranje Renaultje 4 en mijn broertje en ik, tussen mijn moeder en oma in, op de achterbank. Veiligheidsgordels waren toen nog geen issue. Mijn opa kende het heuvelland en had overal wel een verhaaltje bij. “Hier ging ik naar de tandarts” en “Bij die boer ging ik aardappelen halen.”
Soms maakten we een stop voor de Sint Brigida kerk in Noorbeek. Mijn opa stapte dan uit en liep naar het huis van pastoor Sax. Die twee waren bevriend en dus ging hij hem dan even goedendag zeggen. Het komt niet vaak voor, maar als ik door Noorbeek rijd, denk ik automatisch: “Dag pastoor Sax.”
Ik genoot van mijn opa’s verhaaltjes terwijl het landschap langs mij heen gleed. Ik herinner mij dat het groen was en dat het mooi was, maar het was de sfeer die de meeste indruk op mij maakte.

Daarna begon de grote wereld te trekken en alles leek interessanter dan dat kleine wormvormig aanhangsel van Nederland. Weken quarantaine brachten daar verandering in. Wat, in eerste instantie, begon als een soort functionele activiteit, wandelen was immers de enige manier om te bewegen, groeide al snel uit tot een passie. Langzaam maar gestaag bouwden we onze wandelingen op. We begonnen met een uurtje rond het huis, in het dorp, maar waren al gauw uitgekeken op de huizen.

We zochten de rivieren Maas en Geul op. Eind maart maakte ik hier kennis met een uitgestrekte droge vlakte, zeer ongemakkelijk begaanbaar door de vele hoef- en pootafdrukken van halfwilde paarden en andere rondtrekkende grazers. Het grasland was, op dat vroege tijdstip in het jaar nog kaal, maar een paar dagen later zag ik de eerste bloemen. De magnifieke zonsondergang aan het water maakte het moeilijk om huiswaarts te keren en daarna moesten we flink de pas erin zetten om überhaupt voor het donker thuis te zijn. Die avond werd ik verliefd op het Limburgs landschap.

Ik begon mij de ritjes door het heuvelland te herinneren en we planden een wandeling. Heuvel op, heuvel af, uitzichten, boerderijen, vakwerkhuizen, weilanden en kleine dorpjes. Plots waren daar kastelen waarvan ik de namen alleen uit boekjes kende. Ik liep erlangs, hoorde in de verte mijn opa vertellen en genoot van alles wat ik zag.

Als “bloemenmens” ben ik de afgelopen weken in de hemel geweest. Niets mooier dan wilde bloemen. Onkruid bestaat niet : Paardenbloemen, Koekoeksbloemen, Brandnetels, Daslook, Vergeet-mij-nietjes, Duifkruid, Weegbree, Bosviooltjes, Bosanemoontjes, bloemen waar ik de naam niet van weet en recentelijk de overvloed aan Fluitekruid. Ik heb het de afgelopen weken allemaal tot leven zien komen. Bij iedere nieuwe wandeling was de natuur weer een stukje verder en kwamen er nieuwe bloemen bij. Het palet werd steeds kleurrijker.
Het viel mij ineens op dat een pluizenbol er na de regen anders uitziet en dat sommige bloemen in diverse kleuren voorkomen.

Hoe is het bij jou? Heb jij de natuur ook tot leven zien komen? Heb je ook een zilveren draad gevonden? Hoe het ook zij: blijf gezond!

A SILVER LINING

I’ve walked quite a bit in my life: long-distance trails, day hikes, hiking events, and short walks. Most of them I did abroad. I have hiked from the west to the east coast of Scotland, walked Offa’s Dykepath on the Welsh border, completed the Yordale Way in Yorkshire, stood on the Prekestolen in Norway and have traveled many a way up or over a fjell in recent years.
However for a trip in the Netherlands my walking boots rarely came out of the closet.

Although it’s where I grew up the Limburg hills were, until recently, relatively unknown territory for me. Not that I had never been there. In my childhood on Sunday we would pick up my grandparents and take them for a drive in the Mergelland (this is a car route in Limburg). My grandfather in the passenger seat of our orange Renault 4 and my brother and I, between my mother and grandmother, in the back seat. Seat belts were not an issue at the time. My grandfather knew the country and told lots of stories. “Here I went to the dentist” and “I always bought potatos from that farmer.”
Sometimes we would stop in front of the Saint Brigida church in Noorbeek. My grandfather then got out and walked to the house of Father Sax. Those two were befriended, so he went to say hello. It does not happen often, but when I drive through Noorbeek, I automatically think: “Hello Father Sax.”
I enjoyed my grandfather’s stories as the landscape slid past me. I remember it was green and it was beautiful, but it was the atmosphere that impressed me the most.

After that the big world seeked out my attention and everything seemed more interesting than that small worm-shaped appendix of the Netherlands. Weeks of quarantine changed that. What initially started as a kind of functional activity, after all, walking was the only way to be active, quickly grew into a passion. Slowly but steadily we built up our walks. We started with an hour around the house, in the village, but soon we were bored with watching houses.

We visited the rivers Maas and Geul. At the end of March here I was introduced to a vast dry plain. Very uncomfortable to walk on due to the many hoof and foot prints of semi-wild horses and other itinerant grazing animals. The grassland was barren at that early time of the year, but a few days later I saw the first flowers. The magnificent sunset over the water made it difficult to return home and after that we had to make a big effort to make it back before dark. That evening I fell in love with the Limburg landscape.

I started to remember the rides through the hills and we planned a walk. Up, down, views, farms, half-timbered houses, meadows and small villages. Suddenly there were castles whose names I only knew from booklets. I walked past it, in the distance heard my grandfather tell stories and enjoyed everything I saw.

As a “flower person” these past few weeks I have been in heaven. Nothing more beautiful than wild flowers. Weeds don’t exist: dandelions, cuckoo flowers, nettles, badger garlic, forget-me-nots, scabiosa, plantain, wood violets, wood anemones, flowers I don’t know by name and recently the abundance of cow parsley. I’ve seen it come to life in the recent weeks. With each new walk, nature was a bit further and new flowers were present The palette became increasingly colorful.
I suddenly noticed that a fluff ball looks different after the rain and that some flowers come in various colors.

How are you? Have you also seen nature come alive? Have you also found a silver thread? Either way: stay healthy!

1 Reactie

  1. Winnie Winnie

    Mooi

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *